Mijn lieve vriendinnetje en het (ondertussen) gevreesde tennisuurtje;

3x in de week, staan we op elkaar te wachten nadat we de kinderen in de klassen hebben gedropt, en onze Quality Time mag starten. We meppen naar ballen en gooien ondertussen wat woorden naar elkaars hoofd. Hebben aandacht voor elkaar. 

Soms resulteert dit in te veel aandacht van mij… gewaardeerd of niet… ik kan het niet laten dan.

Woensdagochtend, lopend naar de tennisbaan, komen er flinke woorden uit haar. Flinke gedachten en uitingen, die mij het gevoel geven dat ze zich onrustig voelt. Onzeker. De woorden geven een betoog van wat er allemaal tekort is voor haar hoogbegaafde zoon. Letterlijk voel ik diep binnen bij mijzelf haar emoties, haar strijd, haar wanhoop, en voornamelijk haar machteloosheid. Als hoogbegaafde persoon en moeder van 3 hoogbegaafde kinderen, snap ik haar precies en raakt ze me op oud zeer. Van de tijd dat ik deze machteloosheid en wanhoop ook voelde. Ook een oorlogsmissie inzette richting alle betrokkenen die tekort waren richting mijn zoon. Míjn eerste ervaring. 

Die trein dendert door; mijn vriendin draaft door. Ik probeer haar andere antwoorden te geven, om andere inzichten te geven. Maar het komt niet aan; ze voelt zich niet begrepen door mij, of ik haar wel snap? Oh maar ik begrijp haar heel goed, want die auw is mij zeer bekend. En komt uit een andere diepere laag. Ik geef haar ruimte en neem wat afstand, ik laat even de strijd voor wat hij is, want momenteel heeft ze geen behoefte aan die antwoorden. Ik voel en weet waar haar werkelijke behoefte zit, wat er uit mag. Dit wordt heftig voor haar, en ik besluit om ons tennisuurtje niet weer te veranderen tot een “Freudsessie”.

Ze is stil. Niet haar zelf. Ze voelt zich niet op haar gemak.

Het tennissen gaat niet fijn, ze raakt gefrustreerd. Waarom gaat dit ook al niet goed. Voorzichtig zeg ik dat ze momenteel niet zo goed in haar vel zit, dat dat effect heeft op haar spel.

Nog steeds ga ik de strijd niet aan, al voel ik constant haar energie op de gehele tennisbaan en weet ik dat ze hier niet uit gaat komen. Deze energie kan ze niet zelf oplossen nu. 

Na een tijdje wordt mijn pijn te groot, mijn liefde om te willen helpen neemt het over. Ik loop naar voren, en biedt een time-out van kopje koffie aan. “Nee” is resoluut het antwoord, nu niet. Ze wilt er duidelijk niet naar toe, naar haar auw, naar “weer” een Freudsessie van mij. Dit hoeft van mij ook niet, en ik bied haar weer de ruimte om even van zich af te meppen, en tennis verder. Ik uit het naar haar; ‘mep maar, sla het maar even uit op de bal, goed zo, toe maar’. 

Ik voel de energie veranderen. Ik voel dat ze haar schild omlaag brengt. Ik voel dat ze klaar is om te breken. Ik stap naar voren en reik haar mijn hand, een moment van pauze. Ze gaat overstag en ruimt stil en een beetje nijdig (zichzelf beschermend) haar ballen op. Ik laat haar niet zo gaan, en neem haar onder direct protest even in mijn armen. Laat haar de kracht van een sterke omarming en liefde ervaren, de kracht van dat ze kwetsbaar mag zijn. Raakbaar. Ik uit mijn liefde naar haar, en ze breekt. 

Onze freudsessie op de tennisbaan is helaas voor haar waarheid geworden. Haar pijn was op dat moment te groot, en had aandacht en liefde nodig. Hoe mooi dat zij dit naar mij toebrengt. Zij kiest voor zichzelf, zonder dat ze zelf het weet. Voorzichtig breng ik haar naar de echte waarheid, haar diepere laag, die mij zo bekend is. 

Haar bijzondere zoon raakt haar in haar eigen oude zeer. Geeft haar eigenlijk een les waarin ze nog mag helen. Haar ongelooflijke kracht om haar zoon “gezien” te krijgen, wat elke keer een teleurstelling is omdat zij niet gehoord wordt, is haar eigen strijd omdat ZIJ in haar leven niet gezien is. Als gevolg verdrievoudigt ze haar strijdlust, met alle oerkracht die ze heeft, alle moederliefde die er is. Die strijdlust waardoor ze zichzelf volledig verliest, waardoor haar zuivere waarde, haar essentie, voor niemand meer zichtbaar of voelbaar is. Zij is zichzelf kwijt, en een ieder haar. 

En die prachtige vriendin die voor mij goud waard is om wie zij echt IS, wie ze echt kan ZIJN, mag dat nu zelf gaan zien. ZIJ mag zichzelf gaan ZIEN. 

Uit diepe liefde voor haar ZIJN, zie ik haar.